Onderzoekers hebben ontdekt dat gebruikt champignonsubstraat – het restmateriaal dat overblijft na de paddenstoelenteelt – effectief schadelijke stoffen uit water kan verwijderen. De techniek is eenvoudig, duurzaam en biedt een veelbelovend alternatief voor bestaande zuiveringsmethoden.
Champignons groeien op een substraat van gecomposteerde paardenmest dat is doorgroeid met schimmeldraden. Na de oogst blijft dit substraat over en wordt het nu vaak als meststof gebruikt. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht laten zien dat dit restmateriaal ook kan worden ingezet voor het zuiveren van vervuild water.
In laboratoriumtesten verwijderde het substraat binnen enkele dagen tussen de 10 en 90 procent van verschillende verontreinigende stoffen, waaronder medicijnresten, bestrijdingsmiddelen, cafeïne en DEET. Daarmee kan het een breed scala aan stoffen aanpakken, terwijl veel bestaande technieken slechts voor een beperkt aantal verontreinigingen geschikt zijn en bovendien kostbaar zijn.
De werking lijkt niet alleen te berusten op enzymen die door de schimmel worden geproduceerd. Ook enzymen in de schimmeldraden, aanwezige bacteriën en chemische reacties in het substraat spelen waarschijnlijk een belangrijke rol.
Vervolgonderzoek laat zien dat het substraat mogelijk ook geschikt is voor het verwijderen van kleurstoffen en PFAS. De onderzoekers werken nu aan opschaling van de techniek en onderzoeken of er tijdens het zuiveringsproces geen schadelijke bijproducten ontstaan.
Door de combinatie van hergebruik van reststromen, lage kosten en een brede werking heeft champignonsubstraat de potentie om uit te groeien tot een duurzame oplossing voor de waterzuivering van de toekomst.